DE “BEAR” MET PENSIOEN

Only_1Onze zandbeer Only Fawny is met pensioen. Ooit ter wereld gekomen als eerste Brits korthaar  fawn geniet onze boy sinds half 2006 van een rustige oude dag. Zijn zoon Junior is een redpoint en inmiddels kampioen.  Hij is ook onze nieuwe dekkater geworden en mag gezien worden.121_2142_minder_pixels_1

fawny                                                                                                                                                                                    junior

19 July 2007
By on 17:40
REINTJE, ONZE OUDSTE

Reiny_ramek_van_altere_1 Het was niet te voorkomen. In 2006 is Reiny Ramek van Altere, onze geliefde poes en oudste van het stel ons ontvallen. Ze was 11 jaar oud. We zullen haar niet vergeten


By on 17:23
KATTENHEMEL

Honey_2In 2005 Heeft Honey Bey op negenjarige leeftijd het aardse verruilt voor de kattenhemel. Onze zware bruine Groot Europees kampioen leed al enige tijd aan een hernia. Uiteindelijk was een verlamming aan de staart en achterpoten niet meer te voorkomen en hebben we onze lieverd in moeten laten slapen. We hadden het er erg moeilijk mee, maar we herinneren onszelf er voortdurend aan, dat het de beste oplossing was. We zullen hem nooit vergeten.


By on 17:01
geselecteerd als gefixeerd bericht

WELKOM BIJ BRITS KORTHAAR CATTERY OF OLLY’S NEST
Hallo allemaal; Wij zijn Ivonne en Dick Eindhoven. We zijn met Brits Kortharen begonnen in 1988.
Onze eerste kater was zoals bij zovele Brittenfokkers blauw.
Hij heette Olly Ramek van Altere en werd geboren in 1988.

Deze kater is vrij snel gekastreerd, omdat we toen nog niet de intentie hadden te gaan fokken. Toen we in 1992 werkelijk met het fokken startten hebben we onze cattery naar hem vernoemd. Olly is in 1999 overleden, maar onze “pater” is in onze cattery onsterfelijk geworden.

15 November 2006
By on 00:08
LOUBANDY’S MOPPENTROMMEL

Loubandy’s eigen hoekje

8 March 2006
By on 20:07
I’m Sorry of Olly’s Nest

Dit cinnamon kitten is in 2004 door ons gefokt en woont in Zuid Frankrijk

27 March 2005
By on 01:29
DE ENIGE WARE GESCHIEDENIS VAN DE BRITS KORTHAAR

——————————————————————————–
GESCHIEDENIS EN CAC-STATUS VAN DE BRITS KORTHAAR
copyright 2005 Dick Eindhoven
*********************************************************************************
Al sinds de oudheid zijn er afbeeldingen van katten in allerlei soorten en maten. Een van de meest fascinerende verhalen is die van Bastet, de Egyptische godin die een kattengedaante had. Deze godin had vele rollen, ze was onder andere godin van de vruchtbaarheid, de maan, en beschermer van alle katten. Ze werd Bastet genoemd als ze zichtbaar was in een volledige kattengedaante, maar ze heette Bast als ze verscheen als een prachtige vrouw met het lichaam van een vrouw en het hoofd van een kat. In de Egyptische mythologie zijn er vele verhalen over haar bekend. De historie van Bastet gaat terug naar ongeveer 2000 voor Christus. Voor de oorsprong van ons prachtige ras de Brits Korthaar gaan we minder ver terug in de tijd.

Waarschijnlijk werden er uit de wilde Europese kat ontstane kortharige huiskatten door de Romeinen over Europa verspreid. Uit die huiskatten is een algemeen korthaarras ontstaan, mede beïnvloed door voornamelijk blauwe langharige Angora’s, die regelmatig ontsnapten, na door handelaren uit Azië meegenomen te zijn en aldus in Europa waren ingevoerd. Hieruit ontstond in eerste instantie de Europees Korthaar, waarvan de blauwe (Chartreux) de bekendste vertegenwoordiger werd en later verbeterd werd tot de alom bekende Brits Korthaar. Zoals de naam al aangeeft, vindt de Brits Korthaar haar oorsprong in Engeland middels een rondere fokverbetering van de vooral in Frankrijk te spits gefokte Europese korthaar. Toen rond 1870 in Londen de eerste kattenshows werden georganiseerd, was de Brits Korthaar daar al van de partij als één van de tentoongestelde rassen. Uit foto’s die uit die tijd bewaard zijn gebleven is te zien dat de Brit toen al een imposante, stevige kat was die eigenlijk nauwelijks verschilt van de dieren die u tegenwoordig op de show ziet. Door kattenliefhebbers werd de Brit in de 19e eeuw als immens populaire huiskat en tegenhanger gefokt tegenover de Siamezen. Rond 1880 werd de Brit ook gebruikt voor het verbeteren van het type van de Angora kat. In die tijd was deze langharige voorloper van de Pers namelijk een slanke kat, ook al met een spitse snuit, die eigenlijk alleen zijn lange vacht gemeen had met zijn huidige soortgenoten. Door kruisingen met de Brit kreeg de Pers het kenmerkende bolle en ronde klassieke uiterlijk, dat hem al snel heel populair maakte in vooral de adelijke kringen. Katten showen was in die tijd een bezigheid, die alleen de elite zich kon veroorloven. Toen ook koningin Victoria een Pers aanschafte was zelfs het hek van de dam. Tegen het eind van de 19e eeuw was de Brits Korthaar nog de meest populaire raskat, maar na 1900 werd ze volledig overvleugeld door de Pers en ook door de boller van vorm geworden Siamees. Tijdens de 2e Wereldoorlog dreigde de Brit zelfs helemaal te verdwijnen, maar door de inzet van enkele enthousiaste fokkers slaagde men erin om het ras gedurende de jaren vijftig een nieuwe impuls te geven. Door het terugkruisen van de mooiste exemplaren met Perzen werd de fokbasis aanzienlijk breder. Hij kreeg zo het prachtige ronde uiterlijk weer terug, met kleine ronde oortjes, ronde pootjes en een volle ronde staart. Het werd een kattenras, dat ook voor de gewone mensen bereikbaar werd. Een standaard werd opgesteld, waarin de uiterlijke kenmerken van het ras stond beschreven. Oorspronkelijk werden alleen de kleuren blauw, zwart en wit, zwart, rood en zilvertabby, schildpad, schildpad met wit en tabby met wit toegelaten op kattenshows, maar later zijn er door invloeden van andere rassen een groot aantal varianten meer ontstaan. Doordat men in veel lijnen Perzen bleef inkruisen om het type te verbeteren, kwam het af en toe een keer voor dat er een halflanghaar kitten geboren werd. Op het vasteland van Europa bleef men eerst nog echter het oude type Europees Korthaar fokken. Na de tweede wereldoorlog nam een nieuwe stroming fokkers ook het type van de Engelsen over, maar de naam Europees Korthaar bleef bestaan. Steeds meer katten werden uit Engeland geïmporteerd en het “nieuwe” type verscheen ook op de shows in de diverse landen.

In Scandinavië werden ook kortharige katten gefokt onder de naam Europees Korthaar. Dat waren katten van weer een ander type dan de eerder genoemde Europees Kortharen, omdat daar minder Brits bloed werd ingekruist en er geen Perzen werden gebruikt.
Toen de kattenhobby de grenzen verder ging overschrijden, werd de naamgeving dus een probleem. In de begin tachtiger jaren werd er eindelijk een scheiding doorgevoerd. Er kwamen drie rassen: de Brits Korthaar, de Europees Korthaar en de Chartreux. Anno 2000 werd de Brits Korthaar uiteindelijk het enige erkende type.
In Nederland begon men eerst aan het eind van de jaren zestig serieus Brits Kortharen te fokken. Een kleine groep fokkers ging daarbij van het begin af aan voortvarend te werk. Zij begonnen met de blauwe variëteit, omdat ook die in Engeland het meest indruk bleek te maken. Eerst werd een geselecteerde huiskat gekruist met een blauwe Pers en kort daarna werden uit Engeland enkele fraaie fokpoezen en katers gehaald, om een gedegen basis te leggen voor de verder fok. Die aanpak bleek succesvol. Waren er op de internationale show in Amsterdam in 1967 nog maar drie exemplaren vertegenwoordigd, tien jaar later waren dat er al ruim veertig. Ook andere variëteiten zoals crème, blauwschildpad en zilvertabby begonnen van die toenemende belangstelling te profiteren en werden steeds meer gefokt. Toen er meer raskattenclubs werden opgericht, groeide de belangstelling voor de Brit gestaag verder. Een groot gedeelte van de geschiedenis van de Brit heeft bestaan uit een strijd voor erkenning, gezien het feit, dat het ras vaak werd gezien als een ‘gewone’ huis, tuin en keukenkat, welke voor een paar tientjes uit het asiel kon worden gehaald. Voornamelijk de ontwikkeling die de blauwe variëteit en in haar kielzog de andere variëteiten in de zestiger en zeventiger jaren hebben doorgemaakt, heeft het ras van dit etiket verlost. Op dit ogenblik behoort de Brits Korthaar zelfs tot de meest tentoongestelde rassen en krijgt het de waardering waar het recht op heeft. De populariteit van het ras is voor een groot deel te danken aan het imposante uiterlijk, het ongecompliceerde, vriendelijke en evenwichtige karakter. Hij past zich makkelijk aan, is aanhankelijk, leert snel en vereist weinig vachtonderhoud.

Reiny Ramek van Altere (blue tortie)

De kleurvariëteiten zijn:

Black:
Een effen zwarte kat. Een goede zwarte Brit moet een gitzwarte doorgekleurde vacht hebben die in het licht niet bruin opkleurt met contrasterende oranje, koperkleurige of goudkleurige ogen. Neusleer en tenen zijn zwart.

White:
Een effen witte kat, zonder gelig te zijn. Verder een roze neus en tenen. waarvan de ogen oranje, goud of koperkleurig gewenst zijn, alhoewel ze ook blauw of odd eyed van kleur kunnen zijn, waarbij doofheid kan voorkomen. Een goede fokker zal zijn dieren hierop selecteren. Een witte kat wordt met een kopvlek geboren welke na een jaar volledig is weggetrokken.

Blue :
Een effen doorgekleurde grijsblauwe kat met een fluwelen vacht. Er zijn er die een donkere blauwe kleur hebben maar die lichtblauw zijn zonder ticking, hebben de voorkeur. De ogen zijn oranje, koper of goud van kleur, de voetzolen en neus zijn blauw.

Chocolate:
Een effen liefst doorgekleurde donkerbruine Brit, met dito of donkerroze voetzolen en bruine neus en voorzien van , koperen, gouden of oranje ogen.

Cinnamon:
Een effen doorgekleurde kaneelkleurige lichtbruine kat met zo weinig mogelijk ghostmarkings voorzien met oranje ogen. Neus en voetzolen zijn in roze bruin in overeenstemming met de vacht.


GROOT EUROPEES KAMPIOEN HONEY BEY OF OLLY’S NEST (kater chocolate)

Cream:
Een effen crème gekleurde kat met oranje of koperkleurige ogen en met zo weinig mogelijk ghostmarking in de vacht. Een effen gekleurde Brit heeft bij de geboorte een soort tabbymarking in de vacht, welke na verloop van tijd wegtrekt. Rose tenen en neusleer

Lilac:
Een effen paarsachtige naar het blauw neigende kleur Brit met oranje ogen. Hardroze tot paarse neus.

Fawn:
Zandkleurige beige niet naar blauw neigende effen kat met oranje ogen. Voetzolen en neus zijn oud roze.

Red:
Effen rood met zo weinig mogelijk ghostmarking in de vacht. Neus en tenen zijn steenrood.

Torties:
Black tortie = zwart met rood
Blue tortie = blauw met crème
Chocolate tortie = chocolade met rood
Lilac tortie = paars met crème
Cinnamon tortie = kaneel met rood Fawn tortie = beige met crème

Allen met bijpassende neus en voetzolen ( zie ook de effen katten)

Particolour:
Een effen of tortie Brit met wit (calico) waarbij de helft of meer dan de helft van de vacht piebald wit mag zijn. Ze mogen in alle kleurvarianten voorkomen in combinatie met wit, behalve colour point. Zooltjes en neusleer voorkomend in roze of als voorgaande kleuren.

Smoke:
Effen Brit, voorkomend in alle voorgaande kleuren, waarvan de ondergrond van de vacht zilverwit is zonder agoutitipping met een oranje oogkleur. De tenen en neus zijn ook gelijk aan de effen kleuren.

Silver tipped:
De ondergrond van de vacht is zilverwit met een korte zwarte agoutitipping, d.w.z. de haarpuntjes zijn zwart. Ook wel chinchilla genoemd. De oogkleur is groen, de zooltjes en neus zijn steenrood met donker omrand

Silver shaded:

Net als de tipped, maar de ondergrond van de vacht is zilverwit met een lange zwarte agoutitipping.

Silver tabby:
De ondergrond van de vacht is zilver wit van kleur met een donker tabbypatroon. Er zijn zilvertabbys met zowel groene als oranje ogen. De zooltjes en neus zijn steenrood met donker omrand.

Golden tabby:
De ondergrond van de vacht is goud bruin van kleur met een donker tabbypatroon. Deze dieren hebben groene ogen. De neus en tenen zijn zwart.

Golden shaded:
De ondergrond van de vacht is lichtgoud met een donkerder tipping. De ondervacht is grotendeels zilverwit en de haren hebben een tipping (gekleurd deel van de haren van de vacht). Neus en tenen zie golden tabby.

Black tabby:
De ondergrond van de vacht is meestal grauw bruin van kleur met een zwart tabbypatroon. De oogkleur van deze dieren is oranje. Ze worden ook wel brown tabby genoemd. Voetjes en neus zijn zwart.

Alle andere eenkleurige tabby’s:
De grondkleur is als bij de effen katten. De aftekening is altijd donkerder van kleur

Colourpoint:
Er zijn verschillende kleuren in de point Britten. Deze katten hebben blauwe ogen en een kleur aftekening in het gezicht. Dit is een zogenaamd masker, daarnaast kleur op de poten en de staart. De meest voorkomende point kleuren zijn: Cream point, Red point, Blue point, Seal point (zwart), Lilac point, Chocolate point en Tortiepoint. Point is bij de Brits korthaar nog vrij zeldzaam. Pointkatten hebben een zogeheten recessief albino Siamees – gen cs .

Tabbybeschrijving:
De tabbytekening heeft drie uitingsvormen met bij alle drie op de ronde kop van de Brit een scarabee tekening op het voorhoofd, dat wil zeggen een zwarte letter M. De staart moet zoveel mogelijk losse ringen hebben.
Mackerel (gestreept) Er lopen zwarte strepen over de kat.
Blotched (gemarmerd) Er is een zwarte tekening op de kat die bestaat uit een aalstreep over het midden van de rug met daarnaast en elke kant nog een streep. Aan beide zijden een ovale stip en op de schouders een vlindertekening met liefst een of twee stippen erin.
Spotted (gestipt) Er loopt over de rug een zwarte streep en aan beide zijden zijn er losse zwarte stippen.

NOK STANDAARD:

Algehele Bouw: Het type van de Brit behelst een compacte evenwichtig gebouwde krachtige kat met een brede borst, alsmede een stevig gespierd lichaam en stevige korte poten met ronde voeten. De staart heeft een brede aanzet en is rond aan het uiteinde. De kop is rond met een goede ruimte tussen de kleine oren, met ronde wangen en een stevige kin. Grote ogen, die rond en open moeten zijn genieten voorkeur; verder met een korte brede neus. De vacht moet kort zijn en dicht ingeplant.
Kop: Stevig rond gezicht met volle wangen en een brede schedel. De beenderstructuur geeft de kop een rond aanzien. Pinch ofwel een vierkante snuit is niet toegestaan. Van voren gezien moet de neus kort breed en recht zijn. Van opzij gezien een afgerond voorhoofd, overgaand in een korte rechte neus. Deze overgang, de neusaanzet, mag niet te geprononceerd zijn (=geen stop); er moet een lichte welving zijn. Volle, stevige en brede kin. Sluitend gebit. de lijn van de neuspunt tot de punt van de kin behoort nagenoeg recht te zijn.
Oren: Klein, breed aan de basis en afgerond aan de bovenzijde; zodanig ver uit elkaar geplaatst, dat ze de contouren van de kop niet verstoren. De buitenkant van de oorschelp moet goed behaard zijn; de binnenkant niet te overvloedig.
Ogen: Groot, rond en goed geopend; ver uit elkaar en ten opzichte van elkaar horizontaal geplaatst.
Nek: De nek is kort en dik.
Lichaam: Compact lichaam met een brede diepe borst en een korte rechte rug; laag op de poten. De romp is even massief als de schouders. Middelgroot tot groot lichaam.
Poten en voeten: Kort, recht en stevig met ronde voeten.
Staart: Stevige staart van een gemiddelde lengte, breder aan de basis dan aan het ronde uiteinde.
Vacht: Een korte stevig aanvoelende vacht, dicht ingeplant en veerkrachtig. De ondervacht is slechts iets korter dan de bovenvacht.
Conditie: Perfecte lichamelijke conditie. de kat moet een alerte en vitale indruk maken.

PUNTENVERDELING BIJ HET NOK

TYPE

kop———————————-15
oren———————————-5
oogvorm—————————–5
nek en lichaam———————15
poten en voeten——————- 5
staart——————————– 5
subtotaal————————— 50

VACHTSTRUCTUUR EN CONDITIE

vachtstructuur———————10
conditie—————————— 5
subtotaal————————— 15

KLEUR EN AFTEKENING

bij effen kleuren (incl. smoke)
vachtkleur————————–20
oogkleur—————————-15
subtotaal—————————35

KLEUR EN AFTEKENING bij niet effen kleuren

vachtkleur————————–20 (kleur: 10 en aftekening 10)
oogkleur—————————-15
subtotaal—————————35

(voor een kat zijn dus maximaal 100 punten te verdelen)

FOUTEN
Fouten, die nog regelmatig worden waargenomen en waar de fokker op moet letten zijn:
1. Kaak (scheve bek)en afwijkingen aan de bek (missen van snijtanden en hoektanden en onder en bovenbeet), staartafwijkingen en andere anatomische afwijkingen (kromme pootvorm en knikstaart) 2. Een te lange, zachte (donzige) vacht, donzige staart of te weinig ondervacht.
3. Een te geprononceerde stop, te exotisch uiterlijk, bobbel in neuslijn, uitpuilende ogen en overduidelijke snorhaarkusssentjes. 4. Zwakke kin (meestal gepaard gaande met bovenbeet) Goed lijkende stevige kin heeft overigens vaak een onderbeet.
Titels worden ingehouden bij:
1. Ongelijk gebit, incl. onder en bovenbeet 2. Elke abnormaliteit aan botstructuur van de staart of andere anatomische afwijkingen.
3. te lange of donzige vacht. 4. Een overduidelijke neusstop, te korte dikke exotische wipneus of te platte kop.
Dick Eindhoven

21 March 2005
By on 01:40